Daarna bepalen de regels van stadsdeel Oost wat er op het dak kan. Een opbouw moet binnen de 45°-regel blijven en mag vanaf de voorkant niet te zien zijn.
Vooroorlogs blok of stadsvernieuwing
In deze buurt staan twee soorten gebouwen naast elkaar, en ze vragen een andere aanpak. Vanaf 1897 werd de polder opgehoogd. Rond 1900 kwam het eerste deel, tussen Celebesstraat, Borneostraat, Molukkenstraat en Atjehstraat, in 1908 het tweede, en vanaf 1921 de rest.
In de jaren tachtig verdween veel van die oude bebouwing bij de stadsvernieuwing. Een op de vijf panden is nu uit 1971-1990. Daarna kwam nog nieuwbouw, zoals de Borneohof uit 2011 en Smaragd uit 2016.
Hoe je woning in elkaar zit, verschilt dus per blok: een etagewoning uit de jaren twintig heeft een andere draagstructuur dan een woning uit 1985. Laat dat bij de opname bekijken, voordat er een tekening komt.
Zo werkt de 45°-regel bij een dakopbouw
Een opbouw kan in Oost alleen op een plat dak, binnen een denkbeeldige lijn van 45 graden vanaf de dakrand, aan voor- en achterkant. Praktisch gezien schuift de opbouw daardoor minstens zijn eigen hoogte terug vanaf de rand. Vanaf de voorkant mag je hem niet zien.
Hij beslaat hooguit de helft van de grootste bouwlaag eronder, en een dakterras bovenop mag niet. De verdieping mag niet hoger worden dan de minimaal vereiste stahoogte, vermeerderd met 0,5 meter.
Staat je blok in strook- of haakverkaveling, dan telt elke zijde als voorkant. Voor orde 1- en orde 2-panden geldt dit afwijkingsbeleid niet.
Een dakkapel op een schuine kap
Heeft je pand een kap, dan geldt de standaardtoets voor de 19de-eeuwse Ring, met een zorgvuldig toetsingsregime. Aan de voorkant mag één dakkapel per woning, en alleen als het dak minstens 30 graden helt.
Hij wordt maximaal 30 procent van de dakbreedte en halverwege het dakvlak hoog: de grens ligt op 1,50 meter aan de voorkant en 1,75 meter aan de achterkant. De eerste dakuitbreiding op een ensemble wordt de trendsetter en krijgt een gewogen oordeel.
Fundering op opgehoogde grond
De Indische Buurt staat op polder die ruim een eeuw geleden is opgehoogd. Van de panden dateert bijna zeven op de tien van vóór 1971, de periode waarin vooral op houten palen werd gebouwd. Per adres is niet bekend welk funderingstype er onder je blok ligt.
Zakt je gevel minstens 3 mm per jaar, dan is onderzoek verstandig, en voor het herstel zelf is een omgevingsvergunning nodig. Krijg je geen lening bij de bank, dan kun je terecht bij het Fonds Duurzaam Funderingsherstel. Voor de uitvoering bestaat geen gemeentelijke subsidie.
Praktisch: bouwen in de Indische Buurt
- Zet je voor een dakopbouw een kraanwagen in, dan telt die als bijzonder voertuig: vanaf 7,5 ton is voor de zone zwaar verkeer een ontheffing verplicht, waarvoor bijvoorbeeld een dagontheffing van € 29,80 geldt.
- Een objectvergunning voor container of steiger vraag je minstens 7 werkdagen vooraf aan; hij mag niet op een boomspiegel, niet voor een voordeur en niet binnen 1,8 meter van een brandkraan.
- Gereserveerde parkeervakken (TVM) vraag je minstens 6 werkdagen vooraf aan; staat er toch een auto, dan laat de gemeente die kosteloos wegslepen.
- De buurt ligt tussen de A10 en de S100, dus in de milieuzone voor bestel- en vrachtauto's.