De wijk is gebouwd tussen eind jaren 30 en eind jaren 50, als overgang van het gesloten bouwblok naar het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP). Een dakopbouw volgt hier de eerste goedgekeurde opbouw op het blok.
Waar Amsterdam het gesloten blok losliet
Van Eesteren werkte het Uitwerkingsplan Bosch en Lommer uit 1935 zelf uit; in 1939 werd het plan vastgesteld. Eind jaren 30 kwam in Landlust experimentele strokenbouw, volgde de Kolenkitbuurt na de Tweede Wereldoorlog en was de wijk eind jaren 50 af. Bos en Lommer is een late overgang van de Gordel '20-'40 naar het AUP.
De BAG-telling van 4.438 panden laat die opbouw zien: 70,6 procent komt uit 1900-1944, 15,3 procent uit 1945-1970 en 11,5 procent van na 2010. Of je in een vooroorlogse strook woont of in recente nieuwbouw, maakt voor je verbouwing dus veel uit.
Welstand bij strokenbouw: elke kant telt
Bij strokenbouw beoordeelt welstand alle zichtbare gevels en het dak als voorkant. Een aanbouw aan een kopgevel die je vanaf de straat ziet, weegt dus even zwaar als een wijziging aan de straatzijde.
Plannen aan een achterkant zonder invloed op het straatbeeld krijgen wel een beperkte toets. De orde van je blok maakt het verschil: bij WA1 en WA2 kan een dakopbouw alleen met een gewogen oordeel, bij WA3 moet hij uit het zicht blijven. Zoek voor je adres op welke orde jouw blok heeft.
Dakopbouw en aanbouw: de regels op een rij
Een dakopbouw in Bos en Lommer wordt gelijkvormig aan eerdere opbouwen op het blok. Is er nog geen voorbeeld, dan ligt de opbouw terug van de gevel, is hij plat afgedekt en gaan de schoorstenen mee omhoog. Elke op- of aanbouw moet gelijk zijn aan die van de rest van het blok of ensemble.
Aan de tuinzijde geldt de richtlijn van stadsdeel West. Een aanbouw steekt hoogstens 2,5 meter voorbij de originele achtergevel uit, is één laag tot 5 meter hoog en heeft waterberging. Een balkon aan de achtergevel is hoogstens 1,5 meter diep.
Fundering: oud en nieuw naast elkaar
Bij de panden van vóór 1971, samen 85,9 procent, is een houten paalfundering waarschijnlijk. Laat voor jouw pand onderzoeken wat er echt onder zit. Bij de nieuwbouw van na 2010 is dat veel minder waarschijnlijk, omdat houten palen vooral vóór 1970 werden gebruikt. Daar geven de bouwtekeningen uitsluitsel.
Een opbouw legt extra gewicht op de bestaande fundering en constructie. Een constructeur rekent daarom vooraf door of het blok dat kan dragen; pas daarna heeft een ontwerp zin.
Praktisch: bouwen in Bos en Lommer
- Staat er een rolsteiger, bouwhek of afgedekte puincontainer op straat, dan meld je dat in Bos en Lommer gratis: 48 uur van tevoren, bij drie objecten of minder, op het trottoir of over hoogstens twee parkeervakken verdeeld.
- Gaat het om meer of grotere objecten, dan vraag je een objectvergunning aan, uiterlijk 7 werkdagen voor de start.
- In Bos en Lommer vraag je een parkeervak minstens 6 werkdagen voor de start aan; staat er dan toch een auto, dan sleept de gemeente die kosteloos weg.
- Bos en Lommer ligt binnen de A10 en buiten de S100; voor bestelauto's en vrachtwagens geldt hier dus de milieuzone.